Zo werd stro een biobased dakelement voor zes Eindhovense woningen

biobased dakelement met stro 2

Zes sociale huurwoningen in Eindhoven hebben sinds april een prefab dak met gecertificeerd stro. Deze innovatieve isolatietoepassing kwam tot stand na een multidisciplinair engineeringstraject. Woonbedrijf, BAM Wonen, A&T Prefab en Nieman vormden samen een keten voor onderzoeken, ontwerpen en ontwikkelen – met één gedeeld doel: woningen verduurzamen met een lokaal natuurproduct, zonder concessies aan kwaliteit, comfort of betrouwbaarheid.

“Kan het ook biobased?” Die vraag stelde Woonbedrijf bij de start van de verduurzaming van 243 sociale huurwoningen in de Eindhovense wijk Vaartbroek. Niet zomaar, want de woonstichting is actief binnen programma’s als het Manifest Regionaal Materialennetwerk en Van land tot pand van Building Balance, waarin landbouw, industrie en bouw elkaar vinden in circulaire ketens. Vanuit die gezamenlijke ambitie kwam het antwoord snel: ja, dat kan. Met stro. 

BAM Wonen, vaste partner van Woonbedrijf en ook actief binnen dezelfde duurzaamheidsprogramma’s, kreeg de regie. “We besloten samen met A&T Prefab en Nieman aan de slag te gaan,” vertelt Davey Kulter, projectmanager Verduurzamen bij BAM Wonen. “Niet om te experimenteren, maar om een stevige oplossing neer te zetten.” Het resultaat: een prefab dakelement met stro. “Niet voor alle 243 woningen; daar liep de uitvoering al van. Maar voor zes woningen kwam het stro-element precies op tijd. Een primeur,” voegt Kulter toe.

Verduurzaming met stro dak in Eindhoven

Voor bewoners: gewoon goed

“De bewoners zijn geen proefkonijnen,” benadrukt Niels Geerts, planontwikkelaar renovatie bij Woonbedrijf. Bij innovatie ligt het ‘proefproject’ inderdaad snel op de loer, maar dat doet geen recht aan het proces of de uitkomst. Geerts: “Het dak is gecertificeerd, uitvoerig getest en bouwfysisch onderbouwd. Aan de buitenkant veranderde er weinig, behalve dat het dak zo’n 30 centimeter hoger ligt. Binnen merken bewoners vooral: meer comfort.”

“We hebben bewoners goed meegenomen,” gaat Geerts verder. “Hun reactie? ‘Doe maar gewoon, als het maar goed is.’ En dat is het.” De strodaken zijn het sluitstuk van een grootschalige verduurzaming, waarbij alle 243 woningen energiezuiniger zijn opgeleverd – met HR++ glas, nieuwe deuren en ventilatie. Resultaat: meer comfort, lagere energielasten.

Van erf tot element

Het stro begon op de akkers in het oostelijk deel van Brabant, als restproduct van de graanteelt. De Telerscoöperatie levert het stro namens de Brabantse boeren. Na het hakselen, drogen en ontstoffen verwerkt A&T Prefab het stro tot dakelementen. Daarvoor paste het bedrijf zijn machines speciaal aan, zodat ook biobased materialen zoals stro goed verwerkt kunnen worden. “De investering in stro was dus ook meteen een bredere investering in innovatie en duurzaamheid,” zegt Ton Thissen, directeur van A&T Prefab.

In de fabriek blaast A&T het stro onder gecontroleerde omstandigheden in houten elementen. “In Duitsland en Oostenrijk zagen we hoe stro ter plekke in het dak wordt geblazen,” vertelt Thissen. “Maar dan heb je minder grip op verdeling en dichtheid. Wij wilden wél die controle, dus doen we alles in de fabriek.” Het resultaat: kwaliteit, herhaalbaarheid en een bouwrijp product. “We leveren pas op als het klopt,” zegt Thissen. “Van grondstof tot element, we hebben alles getoetst aan onze technische standaarden.”

Realisatie biobased dakelement

Vocht als aandachtspunt

Stro roept al snel de associatie met brandgevaar op, maar in dit project bleek vocht minstens zo’n belangrijke uitdaging. “Stro is een natuurproduct,” zegt Caya Dikken, bouwfysisch adviseur bij Nieman. “Dat vraagt om een andere benadering dan bij traditionele isolatiematerialen. Je moet niet alleen nadenken over regenwater, maar ook over de invloed van bijvoorbeeld woonvocht.”

Omdat er nog weinig praktijkdata zijn over de beoordeling van inblaasstro in deze toepassing, koos Nieman voor een rekenmodel dat verder gaat dan gebruikelijk: WUFI. Dit dynamische model houdt rekening met onder meer het vochtgehalte van het stro bij inbouw, de oriëntatie van het dak en seizoensinvloeden. Uit de simulaties bleken vooral de buitenste centimeters van het stro gevoelig. “Dat gedeelte koelt het snelst af en bereikt daardoor een hoge relatieve luchtvochtigheid,” legt Dikken uit. “Dat vergroot de kans op een te hoog vochtgehalte, condensvorming of zelfs schimmelvorming.”

Om die risico’s te beperken, is gewerkt met ruime veiligheidsmarges. “Stel dat het stro in de winter vochtiger is dan gemiddeld bij het inblazen in het element – dan mogen de grenswaarden voor vochtbelasting nog steeds niet worden overschreden,” zegt Dikken. Vanuit die aanname kwam de thermische buffer in beeld: een extra dampopen houtvezel isolatieplaat als dakbeschot, die ervoor zorgt dat het stro minder snel afkoelt.

“Misschien blijkt straks uit lopend onderzoek, in opdracht van Building Balance, dat zo’n buffer niet altijd nodig is. Maar omdat er nu nog te weinig bekend is over het gedrag van stro bij bepaalde vochtigheid, kozen we liever voor zekerheid. Het vroeg om maatwerk en veel afstemming, en iedereen zette zich daar honderd procent voor in.”

Een stevige impact

Stro heeft een beduidend lagere klimaatimpact dan conventionele materialen: 67 procent minder CO₂-uitstoot dan EPS, en tijdens de groei slaat het ook CO₂ op. Alleen al bij deze zes woningen leverde dat een besparing van zo’n 14.000 kilo op. “We maken stro onderdeel van een bredere circulaire keten waarin reststromen waarde krijgen,” zegt Sophie Kuijpers, productontwikkelaar Verduurzamen bij BAM Wonen. “Je helpt dus niet alleen de bouw, maar ook de boer.” 

Al is stro niet altijd de beste oplossing. “Het is relatief zwaar,” legt Kuijpers uit. “Voor Rc-waarden tot 3,5 werkt het prima, maar bij Rc 6 is het te zwaar voor veel bestaande daken. Daarom zijn ook de biobased wollen interessant, zoals vlaswol of hennepwol.” Per project kijkt BAM Wonen wat past: biobased én circulair. “Goed verduurzamen is slim verduurzamen,” voegt Kuijpers toe. “Het draait om de juiste balans tussen duurzaamheid, betaalbaarheid en kwaliteit. Stro helpt ons verder – waar het past.”

Inheisen biobased dakelement

Samen voor stro

Of het prefab strodak straks grootschaliger wordt toegepast, hangt af van markt, prestaties en vertrouwen. Maar de eerste stap is gezet – en die staat stevig. “Wat ik mooi vind aan dit project,” zegt Dikken, “is dat we écht samen pionierden. Iedereen wilde dat het zou lukken.” Thissen vult aan: “De bouw is soms behoudend, maar dit laat zien: het kán.”

En dat het samen kan, houdt hier niet op. Productontwikkeling gaat door. Zo wordt ook het vochtgedrag, waar dus weinig over bekend was, nu gemonitord in de opgeleverde woningen, vertelt Kuijpers van BAM Wonen. “We hebben sensoren in het element geplaatst en op de zolders van bewoners, om temperatuur en vocht in de woning te meten. Zo leren we ook van het effect in de gebruiksfase.”

Woonbedrijf en BAM bereiden inmiddels een volgend project voor met buitendakse prefab stro-isolatie voor méér woningen. Daarmee bewijst dit dakelement zich nu al als bouwsteen voor een duurzamere toekomst. Misschien is dat wel de grootste oogst van de verduurzaming in Vaartbroek: een dak als bewijs dat toekomstbestendig bouwen begint met één simpele vraag – hoe kan het anders? En wie doet er mee?

Deel op social media